Misschien denk je nog niet aan doodgaan en lijkt het een ‘ver van mijn bed show’, totdat er iemand uit je onmiddellijke omgeving of iemand van jouw generatie het tijdelijke met het eeuwige wisselt. Het is dan pas dat je beseft dat uiteindelijk iedereen sterft. En wij blijven dan achter met onuitgesproken woorden en met levendige herinneringen.
In ons taalgebied kennen we veel woorden met ‘dood’. Doodgaarne, doodgemakkelijk, doodgeboren, doodgewoon, monddood, doodsbang … zijn een lukrake greep uit onze taalbagage. En toch is praten over de dood niet makkelijk.
Op Allerzielen – de bladeren vallen en begraafplaatsen krijgen vele kleuren – worden wij, gelovigen, uitgenodigd om onze doden te herdenken, te blijven herinneren. Dat deden ook wij tijdens de avondviering.
Alle namen van de overledenen van dit jaar (vanaf 3 nov 2017 tot nu) werden voorgelezen. Voor elk van hen brandde een kaarsje. Iemand van de familie – ze werden allen uitgenodigd – mocht dit kaarsje voor het altaar plaatsen, een symbool van hun blijvende (lichtende) aanwezigheid. Het is goed hen even terug levend in ons hoofd en onze herinneringen te brengen.
Na de viering werden de kruisjes met hun namen aan de familie meegegeven. Ook werden de aanwezigen uitgenodigd om nog even te blijven. Effe wat herinneringen ophalen bij een drankje, een woord van troost geven. Een gevoel van samenhorigheid, van ‘we staan er niet alleen voor’, maakt ons als parochiegemeenschap solide en bestendig. Het was een mooie viering.








