Als we nu eens ons leven zouden vergelijken met een appel … een appel met schil, vlees en klokhuis, dan zijn we de meeste tijd bezig aan de schil, aan de buitenkant, zo las ik onlangs.
Af en toe boren we wat dieper, en dan zitten we bij het vlees: de grote waarden die ons werk kracht en smaak geven. Maar het klokhuis wordt meestal weggegooid. Men weet daar geen raad mee.
Nochtans is het precies vanuit het klokhuis dat een appel zijn levenskracht put. Voor ons leven is het net dezelfde vraag: ‘Wat is ons klokhuis? Wat is de kern, de ziel van ons leven? Vanwaar halen wij onze diepste kracht en inspiratie?’ En die vraag is zo oud als de Bijbel zelf.
En uiteindelijk is de Bijbel niets anders dan het verhaal van een lange zoektocht naar en een worsteltocht met dat klokhuis. En tijdens die zoektocht, misschien niet voor iedereen dezelfde, heb jij, Jaak, ons begeleid.
Vragen als: ‘Waar zijn we mee bezig? Waarom doen we dat? Waar halen we onze diepste kracht?’ leken een baken voor jou, een baken om ons te begeleiden naar spiritualiteit.
Ik ben eens gaan grasduinen op het wereldwijde web naar een definitie van ‘priester’, en veelal vond ik dat een priester een tussenpersoon is tussen God en gelovige mensen. Het woord priester, leerde ik, is afgeleid van het Grieks ‘presbyter’ en betekent zoveel als ‘oudste van de gemeente’ of ‘ouderling’. En van zo’n ouderling verwacht je dat ie wijs is, dat hij zijn kudde kan leiden richting dat klokhuis. En dat deed jij met grote overtuiging.
Maar een priester staat niet alleen. Er is die belangrijke verbondenheid met en vanuit onze kerkgemeenschap. ‘Kerken is samen herder zijn’. De vergaderingen, overleg en samenwerking op parochiaal, federaal of op dekenaal vlak zijn niet meer te tellen. Als voorzitter van de parochieraad ben ik een bevoorrechte getuige geweest van jouw niet aflatende inzet. Een inzet die zeker te maken heeft met jouw persoonlijk charisma, van jouw gave om anderen te bezielen. Dat is zeker niet altijd van een leien dakje gelopen. De comfortabele situatie van weleer bestaat niet meer en heimwee naar vroeger leidt tot niets, dat weet jij als geen ander. Door communio, door gemeenschap te vormen, wordt duidelijk, zo stelde je, wat kerk-zijn in haar diepste wezen is: sacrament van eenheid. En voor jou was het kristalhelder dat een leven volgens het evangelie, een leven is van delen en solidariteit. Solidariteit met mensen aan de rand van onze maatschappij, maar ook met de vluchtelingen die hun weg vonden richting Genk.
Ik herinner me de vrijdagvoormiddagen goed dat we met ons parochieteam rond jouw tafel in de pastorie zaten en fragmenten lazen uit ‘De vreugde van het evangelie’ van paus Franciscus. Ik wil graag één fragment citeren.
‘Een echt geloof draagt in zich altijd een diep verlangen de wereld te veranderen, waarden door te geven, iets beter achter te laten na onze doortocht op aarde.’ Zo schrijft onze paus. Het is echter niet de weg die jij ging, Jaak, die belangrijk is, maar het spoor dat je hebt achtergelaten. En dat koesteren wij.
Een afscheid vieren is even stilstaan, omkijken en diep dankbaar worden. Het is stilstaan bij die vele goede ervaringen en blij zijn omdat we ze samen mochten beleven. Mensen loslaten met wie je een lange weg hebt afgelegd, doe je niet zomaar. Al die herinneringen zijn kostbare geschenken die wij meedragen.
In naam van de hele geloofsgemeenschap uit onze federatie Genk-West, wil ik jou onze dankbaarheid heel graag overmaken voor de vele jaren dat je onze priester bent geweest op tal van plekken, voor je engagement, voor de vele eerste communie- en vormselvieringen, de doopplechtigheden en huwelijksinzegeningen, voor je bezorgdheid voor de vluchtelingen in Genk. En ik realiseer me dat ik hier maar een fractie van jouw daden opsom, maar weet dat we ze in ons hart sluiten.
Beste Jaak, ik had eerlijk gezegd, deze toespraak niet willen houden. We zien je helemaal niet graag vertrekken, maar we begrijpen het des te beter. Het ga je goed en nog eens … heel veel dank.























